20110615

Pinkpop 2011 in cijfers. Mijn cijfers.

Hoewel, daar ga ik niet aan beginnen. Cijfers. Dat is niet te doen. Ik vond namelijk echt niet dat Coldplay een van de beste optredens afleverde, maar als ik een persoonlijke top 3 zou moeten opstellen zou de Britse band daar wel zeker in thuishoren. Hoe dan ook, er was natuurlijk veel meer dan Coldplay. Veel meer ook dan de andere headliners Kings Of Leon en Foo Fighters.
Ik werd officieel verliefd op Andrew Stockdale en constateerde dat Tim Knol niet alleen vet, maar ook een muzikale held is. White Lies speelde vele malen beter dan vorig jaar op Pukkelpop, Two Door Cinema Club zorgde ervoor dat het perfecte festivalweer nog beter aanvoelde en Hurts bracht een verrassende lading aan kippenvelmomentjes. En zo lijkt het alsof er toch genoeg variatie in het programma was, ondanks de kritiek daarop. Ik begrijp de kritiek: veel gitaarbands, geen hiphop en weinig dance, terwijl The Bloody Beetroots en Deadmau5 de tent wel volledig plat kregen. Minder muzikale verrassingen, maar daarom geen mindere editie.

Laat ik beginnen bij De Staat. Om maar even met de deur in huis te vallen. Om het festival zomaar even mee te openen. En toch is het natuurlijk een rottijd. De helft van de mensen is nog niet op het terrein, de toon moet nog gezet worden en de nummers van De Staat zijn niet per definitie de grootste sfeerbrengers of meezingers. Ik begreep dan ook niet zo goed waarom Smeets ze geen mooiere plek had gegeven. Go Back To The Zoo is immers nog niet zo lang aan de weg aan 't timmeren maar mocht wel die zonovergoten zondagmiddag vullen. De Staat heeft Pinkpop al eens vaker aangedaan en hun sound wordt alsmaar internationaler. Het optreden zelf staat als je 't mij vraagt dan ook als een huis en de af en toe wat futuristische klanken door het gebruik van machinale instrumenten (vraag me niet of ze echt bestaan of dat de heren ze zelf in elkaar geknutseld hebben) vind ik heerlijk. En toch, De Staat krijgt het publiek nog niet helemaal mee. Nummers als 'The Fantastic Journey Of The Underground Man' en 'Sweatshop' lenen zich uitstekend voor een festival als dit en worden met een zekere verve gebracht, maar echt los zijn we nog niet op deze zaterdagmiddag. Dat is jammer, want ik weet zeker dat het wel kan met De Staat.

Pinkpop is er niet alleen voor de muziek. Pinkpop is er ook om te genieten van de sfeer, het weer, het bier en de jillz. En dus lagen wij die middag, na het optreden van De Staat, gewoon te chillen in het gras, zoals dat dan hoort bij een festival. Met Lifehouse op de achtergrond. Met een frontman die een exacte kruising tussen Art Rooijakkers en Jude Law was. Althans, volgens ons. Helemaal niet van belang overigens. Maar toch, je moet wat als het muzikaal gezien niet bijzonder spectaculair is. Dat was het niet. Het was tof, herkenbaar nummer hier en daar, maar geen 'wow'-moment. Hoeft ook niet. Dat zou later op de dag nog wel komen.

Bij Elbow. Het 'wow'-moment van Elbow. En eigenlijk verwacht je ook niet anders van zo'n lieve knuffelbeer als Guy Garvie, die met een ontroerend mooi zacht stemgeluid overrompelt én heel erg geestig zijn publiek bespeelt met dat onwijs schattige accent. Het is bijzonder, het is fijn, een tikje melancholisch, maar wel geruststellend. Je gaat er automatisch zachter van praten. Of harder van zingen, wanneer Guy Garvie daar bij 'Ground For Divorce' naar vraagt. Elbow speelt liedjes en het publiek geniet. Meer is er niet nodig. Nou ja, een beetje euforie misschien op zo'n festival, tussen al die toch wel trage nummers door. En dus worden er op een gegeven moment aan beide kanten van het podium blauwe poppetjes, hun armen in de lucht stekend, de lucht in geblazen, zoals we die kennen van de albumhoes van 'build a rocket boys'. Met kleine letters, inderdaad. Dat maakt Elbow zo mooi. Ze zijn bescheiden, maar leveren wel een steengoed optreden af. Er is geen beter voorprogramma voor Coldplay. Echt niet. Eigenlijk kan een megaband als Coldplay nog heel erg veel leren van deze mannen.

1,3 miljoen. Dat schijnt Smeets ervoor te hebben neergelegd. 1,3 miljoen euro, en een backstage-backstage area, zoals Giel Beelen het zo mooi noemde. Dan mag je Coldplay heten, dan mag je zo'n stapel nu al legendarische hits hebben waar ook ik gek op ben, maar dan ben je ons ook verschuldigd met 800% overgave te spelen. En dat deden ze niet. Het was goed, het was leuk. En als Coldplay goed en leuk is, zijn al die mensen gelukkig, geloof mij. Maar het wil niet zeggen dat je een nummer als 'Clocks' niet elke keer mag spelen alsof je dat voor de eerste keer doet. Coldplay vermaakt Pinkpop met een geweldige show vol special effects en vuurwerk, maar ze verrassen allerminst. En dat is nu juist wat ik wel van ze verwacht had. Dat ik overrompeld zou worden, ashtonished. De bandleden komen nog net niet ieder apart in een Mercedes naar het festivalterrein toe, maar daar zouden ze binennkort zomaar toe in staat kunnen zijn, al is het maar omdat ze 't bij Kings Of Leon zo hebben gezien. Ik heb vanavond een beetje het idee dat de muziek steeds minder van belang is voor Coldplay en alle commerciële heisa eromheen alleen maar meer. Dat is zonde. Doodzonde. Dat is het ergste wat er met je als internationale band kan gebeuren als je zo'n wonderschone muziek maakt. De nieuwe nummers zijn verfrissend, dat klopt, en ze worden overtuigender gebracht dan de grote hits. Maar ik houd die 1,3 miljoen in mijn achterhoofd en ben toch een klein beetje teleurgesteld. Chris Martin is een mooi mens, maar het duurt niet lang of hij is een soort nieuwe Bono, geloof mij. Wat ik al zei: doodzonde. Ondanks alles toch wel gewoon een hoogtepuntje in dit weekend hoor, gewoon omdat 'Yellow' en 'Fix You' tot mijn favoriete nummers allertijden behoren en ze natuurlijk wel gewoon goed speelden. Niet super en niet overweldigend, maar wel gewoon goed.

Voor de Pinkpopzondag waren we al op tijd naar het festivalterrein vertrokken, aangezien we toch wel een beetje benieuwd waren naar Hurts, al was het maar om 'Wonderful Life' een keer live te horen. En dat bleek een van onze beste keuzes van het weekend, want Hurts was verruit de grootste verrassing van deze editie. Donker, gelaagd, stijf maar niet te en een tikje klassiek. Elk nummer dat voorbijkomt overweldigt en het plaatje klopt perfect: de zonnebril van zanger Theo Hutchcraft, zijn donkere maar heldere stem, de combinatie van de synthesizers en violen, de klassieke danseressen en de witte rozen op de vleugel. Vrolijk ziet het er niet uit nee, maar wel ontzettend intrigerend. Bovendien is Hurts niet in een hokje te plaatsen. Met de stem van Sharon den Adel klinkt het bij vlagen niet veel anders dan Within Temptation (hoewel ik daar eigenlijk helemaal niet van houd), de intro van 'Verona' doet me denken aan de 'Exogenesis Symphony' van Muse en op hun plaat staat een track met Kylie Minogue. Hurts zorgt voor een lading aan kippenvelmomentjes op deze vroege zondagmiddag. Eigenlijk heb ik er helemaal niks op aan te merken. Geen op- of aanmerkingen, wel verzoekjes. Kom naar Nederland alstublieft. Paradiso zou jullie prachtig staan.

Iets later op de middag staat Tim Knol geprogrammeerd voor het hoofdpodium. De tweede plaat 'Days' heb ik al veelvuldig beluisterd via de luisterpaal van 3voor12 en in de hoop dat hij het redt op die Mainstage (ik had hem liever in de tent gezien) sta ik hem aan te moedigen. Het publiek komt ter hoogte van het grote scherm langzaam op gang, maar Tim en band hebben het naar hun zin en ik zie dat er in de voorste regionen al uitbundig wordt meegezongen. Tim en band redden het prima op dat hoofdpodium en doen gewoon hun eigen ding: spelen. Het hoeft ook zo hard niet te rocken als bij Wolfmother later die middag, dat verwachten we ook helemaal niet. Er hoeven ook echt geen slingers aan te pas te komen, blijkt uit dit optreden. Tim Knol is Tim Knol. En Tim Knol is gewoon vet, punt.

Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat het niet onwijs lekker is als er wel zo hard gerockt wordt bij Wolfmother. Zwaar teleurgesteld was ik al toen de Australiërs vorig jaar hun optreden afzeiden, maar ik wist dan ook zeker dat het dit jaar een nog groter feest zou gaan worden. Wanneer Andrew Stockdale en zijn wederom vernieuwde band opkomen gaan de mensen in het voorvak al uit hun plaat, en terecht. 'Dimension' wordt ingezet en het voelt weer precies zoals toen in 013, anderhalf jaar geleden. Alleen staan we nu op een festival. Met veel meer mensen en fijn weer. Je ziet dat Stockdale zich ook hier heerlijk op zijn plaats voelt. Hij rent op en neer, het hele podium over en windt het publiek om zijn vinger. Hij weet hoe hij de massa moet bespelen. Hij is een artiest in hard en nieren, een entertainer, een ambitieus mens en niet te vergeten: een gitaarvirtuoos. Dat scherpe stemgeluid zorgt ervoor dat alles wat ze spelen nog veel lekkerder klinkt. Ik ben blij dat Wolfmother meer van hun eerste titelloze plaat speelt dan van de laatst uitgebrachte, genaamd Cosmig Egg, omdat nummers als 'Woman', 'Vagabond' en 'Dimension' toch vele malen beter zijn dan velen op het tweede album als je 't mij vraagt. De heren hebben er zin in en geven Pinkpop een wake-up call. Wolfmother zal keer op keer spelen voor hun leven. En zo hoort het. Moest ik toch nog cijfers geven, dan was dit een dikke 9 geweest.

Ik had me er al op voorbereid dat de sfeer voor de Main Stage na dit grandioze optreden af zou zwakken, aangezien White Lies er vorig jaar op Pukkelpop naar mijn mening niet heel veel van bakte. Het optreden was niet per se slecht, maar miste pit en overtuiging en was ontzettend statisch. En eigenlijk klopte er ook helemaal niets van wat ik zag en hoorde: een stel onnozele broekies die drie kwartier lang liedjes over de dood stonden te spelen en zingen. Als je op zoek bent naar een antoniem voor het woord geloofwaardigheid, was het dit optreden wel. Maar er kan blijkbaar heel erg veel gebeuren in een jaar tijd, want vanavond pakken ze me helemaal in. Frontman Harry McVeigh heeft voor de verandering een keer een witte blouse aangetrokken en draagt een uur lang een brede glimlach op zijn gezicht. De band speelt gecontroleerd en zuiver (in tegenstelling tot wat 3voor12 beweert) en het allermooiste is nog wel het aanzicht van McVeigh die optimaal staat te genieten van het optreden en van zijn publiek. Hij straalt wanneer hij het voor elkaar krijgt de mensen mee te laten klappen en plotseling lijkt White Lies helemaal niet zo grauw, donker en depressief meer en zorgen ze toch wel voor een kleine verrassing. 3voor12 kopt: 'White Lies is dood'. Ze kunnen schrijven wat ze willen, maar als er iets is wat niet waar is, is dat het. Eindoordeel: een 4. Hebben jullie poep in jullie oren en ogen, of wat?

En dat terwijl White Lies in eerste instantie eigenlijk maar gewoon het wachtmuziekje voor Kings Of Leon was, dacht ik. Dat ik mijn hoogtepunt voor vandaag al beleefd had bij Wolfmother wist ik al, maar dat ook White Lies me uiteindelijk meer zou boeien dan Kings Of Leon, had ik op dat moment nog niet in de gaten. Over de valse noten van McVeigh (die ik overigens niet gehoord heb) kon 3voor12 het wel uitgebreid hebben, terwijl Caleb Followill vocaal gezien dus wel echt de plank missloeg. Bij vlagen niet om aan te horen als je 't mij vraagt. Maar het optreden zelf viel me dan wel weer mee. De Kings kijken namelijk wel even de kat uit de boom in Landgraaf, maar komen na een tijdje vrij aardig op dreef en geven Pinkpop het gevoel dat ze er blij mee zijn om hier te staan. Dat dit dan weer een van de beste optredens is geweest die je in lange tijd hebt gedaan, mag je voor je houden, want daar geloof ik op dit moment dan weer helemaal niks van. Ik vind het een matig optreden. Niets meer. En dus absoluut niet waardig als headliner. Had Wolfmother deze plek gegeven, Smeets. Ze hadden 'm met beide handen aangegrepen. En je had een betere afsluiter voor de zondag gehad.

Na een zeer kort nachtje op camping B haastten we ons toch weer vroeg naar het festivalterrein omdat Two Door Cinema Club daar zijn opwachting zou maken. Springerige zomerpop in de trant van The Wombats. Dat klinkt niet erg bijzonder nee. Dat is het ook niet. Maar het is wel gewoon heel erg leuk om met een glaasje jillz in de hand en een zonnetje op het voorhoofd op de blote voeten te dansen in het festivalgras. Meer dan een prima festivalbandje is Two Door Cinema Club niet, maar ondanks de korte nacht doe ik om half twee (dat voelt op dat moment dus nog als ochtend) wel gewoon mee. 'I can tell just what you want. You don't want to be alone. No you don't want to be alone.' Kijk, komt dat even goed uit.

Een uurtje later is het eigenlijk tijd voor 's lands beste zomerse springpop, maar dan met een rauw randje. Cas Hieltjes en kornuiten zijn een tikkeltje zenuwachtig. Niet geheel onterecht, want met een veelbelovend decor krijg ik ook de indruk dat de heren er wat speciaals van willen gaan maken hier op Pinkpop. Aan beide kanten van het podium staan opblaasolifanten en achter het drumstel hangt een groot doek waarop een jungle is afgebeeld. Ja, je moet wat als je bandje Go Back To The Zoo heet, inderdaad. Wanneer Cas Hieltjes opkomt in een kleurrijk shirt met Afrikaanse print en er halverwege het optreden een reusachtige gorilla, meedeinend op de muziek, tevoorschijn komt, is het plaatje compleet. De slingers die al tijdens 'Beam Me Up' het publiek in vliegen, brengen de sfeer er nog beter in. Het is gezellig in de dierentuin en iedereen danst, springt en zingt mee. Go Back To The Zoo geeft zich volledig over aan Pinkpop en Pinkpop doet niet anders als daarvan genieten. Chapeau, want muzikaal gezien is het echt zo ingewikkeld en hoogstaand allemaal niet. Maar laten we ook eerlijk zijn: elk nummer op Benny Blisto is een potentiële radiohit die we allemaal heel vaak willen horen. Dat dan weer wel.

De rest van de middag nemen we om even bij te tanken voor de mogelijke klappers van de avond: Deadmau5 en Foo Fighters. We nemen nog even een kijkje bij Band Of Horses, maar van een redelijke afstand in de tent kunnen ze me niet behagen. Al heeft dat waarschijnlijk ook alles te maken met de staat waarin ik me op dat moment verkeer en het tijdstip waarop de heren spelen.

Om zeker te zijn van een plaatsje in de massa bij Deadmau5, besluiten we Kaiser Chiefs min of meer aan ons voorbij te laten gaan. Een gemiste kans, wellicht, maar een festivaloptreden van Kaiser Chiefs komt er vast nog wel eens van. Aangezien ik het zieke feest bij The Bloody Beetroots al had gemist, kon ik immers niet ook Deadmau5 nog eens missen. Ik vond het een vette show, dat optreden van Deadmau5 en de sfeer was optimaal, maar het eerste deel was toch wel erg taai. Een aaneenschakeling van anti-climaxen zorgde voor een, ik durf het woord bijna niet te gebruiken, saai eerste halfuur. Ik wil wel losgaan, maar dan moet je me daar wel de gelegenheid toe geven. Gelukkig krijgt het publiek die in de tweede helft van het optreden wel. Ik begrijp ook wel dat de Canadese dj wat van zijn nieuwste album wilde laten horen, maar ik kan er gewoon niet zoveel mee. Het zal ook wel aan mij liggen. Het is gewoon mijn genre niet. Een goed overwogen oordeel kan ik er dan ook niet over geven. Hoe verder het optreden vorderde, hoe groter het feest werd. Ja, dat kan ik wel zeggen, en dat is de artiest op zich best een compliment waard. Tof voor een keer dus, maar veel zou ik niet betalen voor een ticket van Deadmau5, hoewel de complete show zeker een aanblik waard was. Of twee. Of drie. Of nog wel meer.

Plotseling is Pinkpop dan bijna aan zijn einde gekomen. Drie dagen feest met geweldig weer. Maar de kers op de taart moest natuurlijk nog komen. Een kers met slagroom (en toch nog wat regen), blijkt na het optreden van afsluitende act Foo Fighters. Of met een kauwgom in plaats van slagroom, als je dat liever hebt. Een plakje kauwgom, anderhalf uur lang bungelend in de mondhoek van Dave Grohl en in de tussentijd al lang zo smaakloos dat meneer er echt niet meer van genoot. Maar het hoorde er vast bij, in al zijn charme, zo'n plakje kauwgom tijdens 'My Hero', 'Learn To Fly' en zelfs nog tijdens 'Everlong'. 3voor12 noemde het fascinerend, het enige special effect in de hele show. Ik vond het smerig. Maar goed, wie ben ik? Foo Fighters zijn Foo Fighters en doen hun ding. Dat doen ze overigens wel verdomd goed. Dave Grohl heeft er zin in, dat blijkt wel uit het feit dat hij in elke zin die hij niet zingt het woord 'fucking' minimaal één keer weet toe te voegen en tijdens 'Learn To Fly' vindt hij het zelfs even nodig te stoppen om met zijn allen een regenboog te aanschouwen. Dave Grohl is de frontman en de rasentertainer, maar de cameraman is bijna niet weg te slaan bij drummer Taylor Hawkins. Het is niet duidelijk of hij nu in zijn eigen zweet baadt of dat de regen ook door het dak heen drupt, maar het is heerlijk om te zien hoe hij dat drumstel onder handen neemt. Wat ik al zei, Foo Fighers doet zijn ding. En hoe retecommercieel en aandachtsgeil ook, het is wel een band die voor de muziek gaat en Pinkpop de afsluiter geeft die het verdient. Geen vuurwerk, wel een cover van Queens 'Tie Your Mother Down' en een rockshow om je vingers bij af te likken. Na anderhalf uur heb ik het wel weer gehad, maar overduidelijk is dat Foo Fighters onder de drie headliners vanavond het beste presteert.

Met die grandioze afsluiting van de Foo's was deze editie van Pinkpop dus zeker een goede, ondanks het gebrek aan nieuw talent en grootse verrassingen. Het kan mij niet deren. Ik heb genoten. Voor Pinkpop geldt geen eventuele 'slechte' editie. Het ene jaar is het goed, het andere jaar beter, maar een beter weekend kan ik me in principe niet wensen. Muzikaal gezien kende het festival namelijk ook dit jaar diverse hoogtepunten en eervolle vermeldingen voor de Nederlandse bands op het hoofdpodium. Elbow, Wolfmother, Hurts, Foo Fighters en White Lies zijn slechts een handjevol van de 'internationale' toppers. En dus ga ik de traditie maar voortzetten. Ik ben er volgend jaar weer. En het jaar daarna. En het jaar daarna.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten